Menu

Eus: troetelturk of taalvirtuoos?

Blog
Eus: troetelturk of taalvirtuoos?

Eus (voluit Özcan) Akyol is hot. Sinds zijn turbulente tv-debuut in DWDD is hij er regelmatig tafelheer. Begrijpelijk, want met zijn scherpe tong is hij een verademing vergeleken met de flemende Halina en mekkerende Marc-Marie. En met het succes van zijn programma De neven van Eus ligt de titel ‘troetelturk’ voor het grijpen. Ik ben al jaren fan, om een andere reden. Özcan Akyol spreekt namelijk verpletterend mooi Nederlands. 

Opgegroeid op straat
Dat voor de kleine Eus niet alle taalseinen op groen stonden, is een understatement. Als kind van Turkse migranten groeide hij op als straatschoffie in de onderklasse van Deventer. Een eigengereid joch, dat vaak in de clinch lag met zijn drankzuchtige vader. Met deze startblokken bleek de weg van foute vrienden via pan-Europese creditcardfraude naar opsluiting ‘met alle beperkingen’ in de gevangenis van Scheveningen niet zo heel lang. Korter in elk geval dan een route richting welbespraakte tv-persoonlijkheid. Eus bewandelde beide paden, gedreven door ambitie. Zijn achtergrond klinkt nog steeds door in zijn taalgebruik, zowel cultureel als geografisch. Hij praat met een even dwingende als sprankelende zelfverzekerdheid, is zeer ad rem en je hoort meteen een onmiskenbaar Türkze tongval met ’n flinke mespunt Deuventers.

Gevormd in de cel
Dankzij een cipier maakte hij kennis met de letteren. Eerst Baantjer, vervolgens uit een stoffiger deel van de bajesbieb het zwaardere werk: Céline, Kafka, Dostojevski. Zowel uit verveling als natuurlijke interesse ging ook dat erin als koek. Allicht spreken Eus’ criminele verleden en die onwaarschijnlijke literaire touwladder naar een respectabeler toekomst tot de verbeelding. Hij vertelt er zelf openhartig over, ergens tussen schaamteloos en ontwapenend in. Maar ook aandoenlijk en zonder pretenties. Zoals over het schriftje waarin hij moeilijke, exotisch klinkende woorden noteerde: flamboyant, bruuskeren, plausibel. Lees hierover zijn boek of bekijk het DWDD-fragment bovenaan. Mijn analyse: Eus is een retorisch natuurtalent. En zoals bij alle talenten: wat je erin stopt, krijg je terug. Maar dan beter. Zo schrijft hij met brutale boevenbranie en gesterkt door de wereldliteratuur gestaag verder aan z’n eigen schelmenroman.

Natte cake
Bij Tekstwerf schrijven we veel zakelijke teksten, en lang niet altijd over de spannendste onderwerpen. Daar leggen we ons natuurlijk niet bij neer. Onder het motto ‘dan maak je maar zin’ geven we altijd de inhoud juist weer, maar proberen dat zo vermakelijk mogelijk te doen – of op z’n minst aantrekkelijk. Zodat het wat lekkerder leest, zeker als het verplichte professionele kost is. Vergelijk het met een sappige crematiecake: niet al te zompig, maar beslist ook niet te droog. En bij voorkeur met een donker randje.

En dat is exact hoe Eus praat: vol, nat en stevig. Bloemrijk en toch genadeloos trefzeker. Oké, misschien met hier en daar een woord te veel. Maar gevraagd wat er dan weg kan, zoek je je een ongeluk. Alles staat muurvast op de juiste plek. En ondertussen betovert hij je, bijna zonder dat je het merkt, met wiegende, oorstrelende en gebeeldhouwde zinnen. Luisteren en genieten, meer hoef je niet te doen. Ook zijn uitdrukkingsvaardigheid is fenomenaal; frivool, speels en bijna achteloos, maar dodelijk precies. Regelmatig maakt hij vergelijkingen die je zelf had willen verzinnen. Mij trof hij in 2012 vol in het gelijkgestemde hart, toen hij het gedrag en oeuvre van beroepsaansteller Kader Abdolah samenvatte:

Een poseur die geen boek meer verkoopt als hij normaal zou praten. […] Een symbool van de klassieke migrantenliteratuur. Het gaat altijd over het thuisland. Met een berg, een pratend schaap en een vijgenboom.

Als muziek in mijn oren
Je snapt inmiddels: ik ben enthousiast. Maar waarom dan? Dat is een wat technischer verhaal. De vraag wat we bij Tekstwerf precies doen, kun je op verschillende manieren beantwoorden. Soms vergelijk ik het met muziek maken. En dan niet spelen, maar componeren. We willen namelijk graag dat je onze teksten ‘hoort’, in plaats van alleen ziet. Bij alles wat we schrijven, denken we na over hoe het uiteindelijk in jouw hoofd moet klinken. Dat leest prettiger, waardoor de inhoud beter blijft hangen. Bij deze aanpak horen regels die ook voor muziek gelden. En Eus dan? Ook zijn spreektaal is muzikaal, bijna als een lied. Doordat hij op volstrekt natuurlijke wijze dezelfde hulpmiddelen inzet. Ik noem er kort een paar.

1. Continuïteit
Behalve voor liefhebbers van atonale piep-krakstukken, zijn haperingen niet bevorderlijk om van muziek te genieten. Die zijn er dan ook amper als Eus het woord heeft. Hij valt nauwelijks op gestamel te betrappen. Hooguit op een incidentele ‘euh’, maar in dat opzicht mag hij niet eens de schoenzolen van Ivo Opstelten likken.

2. Soliditeit
Weeffouten in de compositie, valse noten? Anakoloeten, versprekingen of taalfouten in het algemeen zijn bij Eus uiterst zeldzaam. Zijn betogen vormen een vloeiend en grammaticaal onberispelijk geheel, vol bedwelmende bijzinnen die altijd weer keurig op de hoofdroute uitkomen. Elke zin staat als een huis.

3. Ritme
Eus praat nooit in één tempo. Soms versnelt hij ineens, om vervolgens weer te vertragen. Massieve dieselpassages krijgen aan het eind een venijnige, korte toevoeging. En als op het rechte stuk het gas even opengaat, remt hij net op tijd voor de bocht. Zo ontstaat een spannende cadans die je meesleept.

4. Melodie
Ook in zijn toon zit veel variatie, en dan niet alleen hoog-laag. Als een geoefend acteur weet hij op verschillende momenten de juiste emotie en nuance in zijn taal te leggen: van verbazing tot verontwaardiging, van milde ironie tot bijtende spot en van oprechte interesse tot ingetogen twijfel.

5. Register
Eus spreekt prachtig Nederlands: rijk, poëtisch en kristalzuiver, met een nostalgisch tintje. Zijn idioom zit vrijwel permanent één etage boven het alledaagse niveau, zonder dat het snobistisch of pedant wordt. Beter nog: potsierlijk, wat een typische Eus-term zou zijn. Vaak gebruikt hij verrukkelijke, vrijwel verdwenen woorden en uitdrukkingen. Begrippen waarvan je je afvraagt waarom ze eigenlijk in onbruik zijn geraakt, want zo ouderwets zijn ze niet. Voorbeelden:

  • Mijn vader sprak geen Nederlands, hooguit halfbakken Turks.
  • Het Nederlandse voetbal slaat in Europa een modderfiguur.
  • Het Antalya waarvan de vrijheid altijd zo werd bewierookt.
  • Als jongetje deed ik mee aan een tafeltennistoernooi, waar ik zegevierde.

Heldenstatus
Eus is al jaren een van mijn taalhelden. Dat klinkt misschien wat overdreven, maar ik hecht nu eenmaal veel waarde aan verzorgd taalgebruik. Omdat het mijn vak is, maar ook omdat het iets zegt over de moeite die iemand neemt om je iets duidelijk te maken. Dat heeft niets met afkomst te maken, maar alles met fatsoen. Dat Eus in de bak heeft gezeten? Niet interessant. Dat hij Turks is? Onjuist. Hij is een Nederlander uit Deventer, geboren uit Turkse ouders. En ook dat boeit eigenlijk niet. Natuurlijk, ik begrijp dat beide biografische factoren bijdragen aan zijn groeiende populariteit. Hij is de laatste tijd nadrukkelijker aanwezig in het publieke debat en schuift in steeds meer programma’s aan, ook onbenullige. Hij noemt zichzelf een ‘narcistische ijdeltuit’, dus dat belooft wat. Maar in zijn geval zeg ik: laat maar lekker lullen. Graag zelfs.

Jules