Menu

Aldus de drinker

Blog
Aldus de drinker

Laatst sprak ik de buurtalcoholist. Of eigenlijk sprak hij mij. Op de vlucht voor een smalle man in trainingspak met wie hij het in de supermarkt aan de stok had gekregen, snorde hij zijn elektrische rolstoel een veilig gesprekje met de buurvrouw in. Terwijl het adidaspak op gepaste afstand dreigend om ons heen cirkelde, stak hij van wal. En onthulde zo zijn gave om álle thema’s aan elkaar te breien. Zonder kop, middenstuk en staart.   

‘Ik rook al vanaf mijn zesde,’ begon hij. ‘Dus COPD, longkanker, net als Van der Laan, ja hoor, ik heb het allemaal. Maar u hoort me niet klagen, want het is mijn eigen schuld, ik heb toch zeker zelf zitten roken, of niet? Nou dan.’ Hij stak een sigaretje op. ‘En nou wil die vent daar’ – hij priemde een vinger naar zijn kwelgeest – ‘me niet met rust laten. Terwijl ik hem alleen maar wilde helpen, maar dat snapte ‘ie niet.’ Harder: ‘Hee, en nou trankilo in je trainingspak! Of wil je me soms drugs verkopen? Dan heb je pech, want ik ben alcoholist en verder niks.’ Hij bracht met duim en wijsvinger een denkbeeldig blik bier naar zijn lippen, en rolde nog iets dichter naar me toe.

‘Ziet u mevrouw, ik ben tegen geweld. Maar als die kerel me volgt tot in het park, dan is ‘ie nog niet jarig. Dan is ‘ie op míjn terrein, en dan stuur ik Rob en Willem op ‘m af. En Ronnie en Rachid, o die pakken ‘m wel. Maar normaal gesproken word ik verdrietig van geweld. Als ik het op tv zie, vind ik het allemaal zó erg. Zo, volgens mij fietst ‘ie nou weg, hè?’ Het wijde trainingspak reed inderdaad naar het tunneltje dat de buurt van de wereld scheidt. Maar nu de alcoholist het thema ‘erg’ had aangesneden, had hij nog wel iets toe te voegen.

‘Weet u wat ik ook erg vind? Dat gat in de ozonlaag. Een zwart gat is dat, en daar krijgen we nou die hete herfst dus van. En dan schieten ze d’r gewoon raketten in, zo dat gat in, begrijpt ú dat nou?’ Van opwinding ging hij even verzitten. ‘Ik zag het op tv, in Australië komt de wind nou om die berg gebulderd, en die zet alles in lichterlaaie, al die huizen in de fik, dat is toch erg?’ Hij keek me veelbetekenend aan terwijl ik hard naar de rode draad zocht. Brandende huizen zijn inderdaad best erg, knikte ik. ‘En in Bangladesh zitten die arme kinderen in het water, met niks te vreten, maar dan schieten ze wél raketten van weet ik hoeveel miljard de lucht in. Ja mevrouw, als ik dat zie op tv, dan moet ik gewoon huilen. Maar ik ben ook wel blij met die hete herfst hoor, dat scheelt me weer heel wat stookkosten.’ Ja, dat is ook weer zo, knikte ik. Elk voordeel heeft z’n nadeel, en dat soort dingen.

Plotseling had hij haast. In de herfsthitte begonnen de bruine halveliterblikken in het mandje van zijn rolstoel aardig op te warmen. ‘Nou mevrouw, het was me een waar genoegen, maar ik moet er weer vandoor. Ik wens u het allermooiste toe, echt waar, ik wens dat alles voor u prachtig wordt. En ik ben gekke Henkie niet hoor, ik méén het. Ik ben trouwens Kees. Nou, dááág!’ En voor ik ‘dag Kees’ kon zeggen, reed hij vol gas de straat uit.


Rosanne