Waarom werkt storytelling zo goed?

Van marketing tot journalistiek: storytelling is overal. Feitelijk opschrijven dat iets gebeurd is, werkt minder goed dan een verháál vertellen. Als je herkenbare mensen, uitdagingen of resultaten centraal zet, wordt je boodschap niet alleen geloofwaardiger – hij blijft ook beter hangen.

Koen Koen | 3 min leestijd
Storytelling: Wat is jouw verhaal?

In het kort

Storytelling maakt informatie begrijpelijker, geloofwaardiger en beter te onthouden. In plaats van alleen feiten of claims op te sommen, laat je met een concreet en herkenbaar verhaal zien hoe mensen een uitdaging ervaren en wat de oplossing oplevert. Zo geef je je boodschap meer impact. De belangrijkste regel: show, don’t tell.

Helpen zonder voorkauwen

Verhalen geven betekenis aan informatie. Ze helpen om situaties te begrijpen, je in anderen te verplaatsen en informatie beter te onthouden. Daarom blijft een persoonlijke anekdote vaak langer hangen dan een opsomming van feiten. Ga maar na: nog voordat je weg bent uit een restaurant, heb je al geen idee meer wat er op de menukaart stond. Maar het verhaal van je tafelgenoot over zijn ruziënde buren is blijven hangen: ‘Gôh’, denk je. ‘En dát midden in de nacht, joh…’

Storytelling helpt je lezer, zonder alles voor te kauwen.

Goede storytelling helpt je lezer, zonder alles voor te kauwen. Door een situatie, uitdaging en oplossing te laten zien, geef je de lezer ruimte om zelf verbanden te leggen en conclusies te trekken. Je boodschap komt daardoor vaak beter uit de verf.

Iedereen doet het

Of het nu gaat om interne communicatie of berichten van de overheid, maatschappelijke organisaties of vlotte verkopers: iedereen vertelt verhalen. Organisaties delen verhalen over medewerkers, veranderingen en successen om collega’s en partners mee te nemen in hun visie. Politici gebruiken persoonlijke voorbeelden om beleid tastbaar te maken. En goede verkopers vertellen niet alleen wat een product doet, maar vooral welke problemen het oplost.

De belangrijkste regel van storytelling: show, don’t tell.

Neem ons even mee…

Stel dat je werkt voor een gemeente die een startersregeling introduceert. Je kunt dan schrijven dat de regeling jonge huizenkopers financieel ondersteunt. Feitelijk juist, maar erg onpersoonlijk. Door het verhaal van een starter te vertellen, gaat het direct leven. Zo kun je bijvoorbeeld schrijven hoe Sophie graag haar eerste woning wilde kopen, maar opzag tegen de bijkomende kosten. Dankzij de lening kreeg ze de financiële ruimte die ze nodig had om de stap te zetten. De regeling krijgt op die manier een gezicht en wordt duidelijker voor de lezer. Én herkenbaarder: wat Sophie kan, dat kan de lezer dan vast ook.

Dat geldt ook voor organisaties en bedrijven. Soms lees je: ‘Onze dienstverlening is persoonlijk en effectief’ of ‘Onze software bespaart tijd’. Zulke claims vertellen wat een organisatie wil dat de lezer dénkt, terwijl een verhaal het juist laat zien. Beschrijf bijvoorbeeld hoe een medewerker direct contact opnam toen een aanvraag vastliep, waardoor het probleem binnen een dag was opgelost. Of vertel over Luuk, die elke vrijdagmiddag tijd kwijt was aan rapportages en dankzij nieuwe software meer tijd overhoudt voor klantcontact. Onderschat je lezer niet: die ziet zo ook dat de dienstverlening persoonlijk is en de software daadwerkelijk tijd bespaart.

De belangrijkste regel van storytelling: show, don’t tell. Door een persoon, een uitdaging en een verandering centraal te zetten, wordt informatie concreet en geloofwaardig – reken maar dat je lezers daar blij mee zijn.

Pakkend verhaal nodig?

Op zoek naar een goed verhaal, wervende tekst of onderscheidende content? Wij helpen je!