Menu

Waterman, zie je later man

Blog
Waterman, zie je later man

Een vriendin leende ooit mijn vulpen en zei: in deze pen ligt jouw handschrift besloten. Schreef zij ermee, dan leken haar letters ineens op de mijne. Natuurlijk geen exacte copy-paste, maar toch opvallend. 

Meer nog dan haar hand het schrift vormgaf, was het de pen die dirigeerde. Letters met allure in piekfijn cursief, en toch ontspannen; een handschrift met vaart, geen haast. Er was niet veel voor nodig. Een ruw en onberispelijk wit A4, een verse capsule grijsblauwe inkt. En dan m’n Waterman, slank maar massief zwaarlijvig en met goed doordrenkte punt. Jaren waren we onafscheidelijk – tot ik de BIC Cristal 1,6 mm in handen kreeg.

Patent op mooi alfabet

Verzorgd handschrift heb ik van jongs af aan een stijlkwestie gevonden, net zo belangrijk als een mooi paar schoenen of goed zittende broek. En met vulpen geschreven zien letters er nu eenmaal beter uit; dat zag ik al toen ik nog pakjes schoolmelk dronk in de pauze. Ik schreef tafels vol met een protesterende Parker, stileerde m’n handschrift met een vergevingsgezinde Montblanc en tekende zo’n vijftien jaar later m’n diploma met een coulante Pelikan. Toen kwam de Waterman. Een blijvertje, van m’n vader gekregen. Initialen erin gegraveerd, eindeloos dierbaar. Een gitzwarte Mercedes onder een kraakheldere hemel.

Al snel was ik gewend aan het loden gewicht in m’n zak. Of voelde ik bij het ontbreken daarvan een fantoomvulpen, met klamme handen en uitbrekend zweet tot gevolg. Meestal vond ik ‘m gauw weer terug. Gelukkig maar, want ik kon me niet veroorloven de vulpen te verliezen. Hij flatteerde m’n handschrift, gleed verdomme over papier als een schaats over gedweild ijs. En hoe dieper m’n waardering voor deze pen, des te groter werd m’n ergernis jegens andere. Pennen die niet schrijven, maar schrapen. Of ballpoints met regurgiterend inktkanaal, die geen letter op papier krijgen zonder een snikkend en snotterend inktspoor achter te laten.

Van vulpen naar benjamin en mascotte

Eerst moest iedere pen op werk wijken voor m’n stijlvolle schrijfcompagnon. Toen werd het een gewoonte het ding op vrijdagavond weer mee naar huis te nemen, ook al zat er dat weekend geen enkele schrijfaanleiding in de pijplijn. Ik wist wel beter. Een pen had je nodig, zoals je huissleutels of telefoon. Schrijfsituaties konden je overal overkomen, ook futiele handtekeningen in winkels telden mee. Zodra het woord formulier of retourbon viel, wist ik: beet. Nog voor de winkeljuffrouw me haar pen kon aanbieden, zocht ik al naar de mijne. En dan veegde ik met nonchalante precisie de inktmond over het gladde papier en klikte met verzadigde hand de dop weer op de pen.

Waar die dingen eerst spontaan gingen, werd ik op een gegeven moment te hebberig om af te wachten. Dagelijks vroeg ik me af wat er te schrijven viel, met vulpen in de aanslag boven vers blad. Ineens waren er boodschappenlijstjes en noteerde ik voorbije verjaardagen in m’n agenda. Gewoon om het schrijfoefeningetje, me niet eens van de gedragsverandering bewust. Simpele k’s werden Karolingische K’s, m’n ‘a’ kreeg een funky kapsel. Heilig begon ik te geloven dat schrijven met een ordinaire ballpoint ongeluk bracht. De mislukte handtekeningen op formele documenten en inktlekkages in volle tassen die ik al had meegemaakt, waren pas het begin. Daarom baalde ik wel toen ik het koopcontract voor m’n huis moest tekenen en mijn Waterman niet bij me had.

Spelen met vuur

Je snapt dat het iets was om nooit te vergeten: m’n eerste koophuis, zes partijen aan een eikenhouten tafel en een dik papieren contract met hoekjes bladgoud. Tijd om te tekenen. Het ultieme podium voor een geoefende hand en warmgelopen Waterman, maar je weet al: het ding was foetsie. Pleite, als de man die een pakje sigaretten ging halen. Bloed trok uit m’n gezicht, ik was in staat de boel direct af te blazen. Maar tegelijkertijd werd ik er recalcitrant van. Wat als ik nú m’n vulpenritueel zou doorbreken? Het lot zou tarten, maar te zien wat er van kwam, juist nu er zo veel op het spel stond. Razendsnel viel de beslissing: ik gedoogde een pen uit de bak op tafel. De handtekening stond binnen een paar seconden. Best goed gelukt, met een rechttoe rechtaan BIC cristal 1,6 mm.

De nachtuil voorspelt weinig goeds

Die nacht lag ik wakker. Bij thuiskomst van de notaris waren er een paar vruchteloze zoekacties geweest. Nu lag ik in bed, moe maar ongemakkelijk, niet in staat me te ontspannen. Ik had m’n heilzame vulpenritueel doorbroken en was bang voor de gevolgen, rationaliseerde wat er te rationaliseren viel: het zit allemaal in m’n kop. Maar niets kon me tot de orde roepen. Rond vier uur dichtte ik het ding zelfs menselijke emoties toe. Ik stelde me de Waterman voor, helemaal in z’n eentje, misschien inmiddels wel onder een laagje stof. Zielig. Een mentale zoektocht naar z’n schuilplaats leverde niets op. M’n voorhoofd in een gespannen frons, al had ik m’n ogen dicht.

Kappen nu, jezus christus. Ik stond op, dronk in één teug een glas water leeg en ging zitten op de rand van m’n bed. Dit kon niet langer zo, het was maar een pen, godbetert. Een persoonlijk ritueeltje dat ik helemaal uit vrije wil had ontplooid. Bijgeloof? Hou op, zo ben ik niet. Even dacht ik aan Oprah Winfrey; dit was een breakthrough. Eindelijk werd ik weer relaxt, liet me in bed zakken en viel in slaap.

De aard van het beestje verandert niet

De dag erop zag er iets anders uit, een tikkie gedraaide caleidoscoop: dezelfde hoeken, andere vormen. Ik fietste naar werk, me een slag lichter wanend. Misschien gewoon omdat het vrijdag was, de beste dag van de week. Op kantoor trok ik in ieder geval een gewone pen uit een la om notities te maken. Niemand die het opviel dat ik vandaag niet met vulpen schreef.

Wat voor pen had ik eigenlijk gepakt? Een simpel type zo te zien. BIC, er waren er meer van dan mensen op de wereld. Zo een die we vroeger thuis ‘groentemanpen’ noemden, omdat de kruidenier bij mij in de straat steevast dit type ballpoint in de zak van z’n schort droeg. Hij schreef er altijd bonnetjes mee in zachte boekjes van gerecycled papier, waarbij hij de penpunt extra hard in de bulk grijze blaadjes drukte, tot witte knokkels en paarse nagels aan toe. Poei poei poei, ik kreeg alweer zin in een aantekening. Dwaalde af. Die pen, zo’n zachtgrijs blaadje. In een trance probeerde ik ‘m uit. Smooth als een dolfijn door zoet water, niet gek. Toen zag ik het: Cristal 1,6 mm. Dit kon geen toeval zijn!

M’n gedachten gingen uit naar de vette zaterdagkrant op de deurmat morgen, de verse kruiswoordpuzzel op het dikke pak omgeslagen krantenpapier. Er was geen kruid tegen gewassen. Einde dag, hop: BIC in de tas, het weekend in en gaan.

Alissa

Tekstwerf in je mailbox

Met creatieve verhalen, handige schrijftips en ideeën voor mooie content. Zonder enge salespraatjes en flauwe updates over onze verjaardagen. Daar mag je ons aan houden.

Meld je aan