Menu

Nooit meer zoeken

Blog

“Vroeger hadden we geen Snapchat, hoor. Wilde je je vriendjes iets vertellen, dan moest je ze bellen. Met de grijze draaitelefoon, die bij iedereen in een hoek van de kamer stond en waar je geen nummers op kon zien. Zo kreeg je soms de móeder van je vriendin aan de lijn. Moest je vragen of Denise thuis was, die zich dan losrukte van haar echomicrofoon om beneden met je te komen praten. Want die telefoon, die zat dus met een snoer vast aan de muur. Je kon er ook alleen mee bellen. Ja, dat was nog eens wat.”

Luiaards op het asfalt

Ik ben eind twintig, maar klink bij vlagen als mijn oma wanneer ze over de melkboer vertelde. Dat komt natuurlijk door de razendsnelle opkomst van het internet, en het feit dat ik nog een staartje meepakte van de tijd dat videobanden, walkmans en wegwerpcamera’s onze levens beheersten. Last van heimwee heb ik niet. Sterker nog: ik ben hartstikke blij dat mijn eeuwige broek (zwart, zonder gaten) nu periodiek met de post komt. En het is al lang geleden dat ik ongemerkt een kwartier de verkeerde kant op fietste. Afgezien van de uren die ik wekelijks aan overstekende luiaards verlies, ben ik sinds wifi en 3/4/5G indrukwekkend veel efficiënter geworden.

Strompelen door Van Dale

Maar toch. Er zijn ook momenten waarop inefficiëntie juist iets toevoegt. Tuurlijk, Van Dale online is een uitkomst. Zeker als je als budgetbewuste copywriter je acute alfabet-amnesie onder controle moet houden. Maar het had toch ook zijn charmes: bij het openslaan van De Dikke op slag je woord én het abc vergeten, en zo ontdekken dat een ‘zeer nauwe rok, waarin men zich nauwelijks bewegen kan’ in goed Nederlands een ‘strompelrok’ heet. Ondeugend afdwalen naar de ‘drol’-kolommen, en dan en passant beslissen dat je drillerige toetjes voortaan ‘gelatineus’ gaat noemen. Totaal onpraktisch, maar heel vermakelijk. En leerzaam bovendien.

De stickervellenkoningin

In de onvermijdelijke periode dat mijn Lion King-trui steeds korter werd, speelden we op school vaak het woordenboekspel. Een wekelijkse wedstrijd waarin ik − in tegenstelling tot estafettes en andere sportzaken − aardige successen boekte. Met een afgekloven Heutinkpen kraste ik grotemensenuitleg bij de rare woorden die de meester uit het woordenboek prikte. Hoe encyclopedischer de toon, hoe groter de kans op een overweldigend aantal stemmen. En daarmee op een gloednieuw stickervel. “Klabak – Kist zonder deksel, bedoeld om koolsoorten en sla in te doen.” “Dragonder – Brandnetelachtige plant, die naast vijvers groeit.” De kunst zat ‘m in de details. Het hielp dat de concurrentie taal een stuk minder interessant vond dan ik, en het daardoor meestal bij een non-descripte ‘vogel’ hield.

Kniesoor die z’n mail checkt

De vraag is natuurlijk: hoe vinden basisschoolmeesters van nu nog woorden als ‘kniesoor’, ‘jajem’ en ‘poeteloeris’? En wanneer heb je zelf voor het laatst zomaar een gouden vondst gedaan? Het is zomer, op de kantoren is het stil, je mailbox zit vol OOO’s. Leg voor de grap je telefoon eens weg, pak je verstofte Van Dale erbij en begin gewoon te bladeren. Hoe minder je zoekt, hoe meer je vindt. Zei Oma Koppert, terwijl ze weemoedig een videoband in de recorder duwde.

Rosanne


Tekstwerf in je mailbox

Met creatieve verhalen, handige schrijftips en ideeën voor mooie content. Zonder enge salespraatjes en flauwe updates over onze verjaardagen. Daar mag je ons aan houden.

Meld je aan