Menu

Jongens, ik moet jullie iets vertellen

Blog

Beste familie en vrienden, 

Oké, daar gaan we dan. Ik moet jullie iets vertellen. Best spannend, ook al hoef ik me waarschijnlijk nergens druk over te maken. Bovendien hebben jullie vast al een vermoeden. Maar nu ik het hoge woord zélf ga uitspreken, ben ik toch een beetje nerveus. Gelukkig weet ik dat jullie me accepteren zoals ik ben. Dus, voor de dag ermee.

Waar zal ik beginnen? Wie me van vroeger kent, weet natuurlijk dat ik als kind ‘anders’ was. Ik meed zorgvuldig alles wat roze was. Meestal lukte dat aardig, maar soms viel er niet aan te ontkomen. Op het Sinterklaasfeest van vaders werk stonden de pastelkleurige cadeautjes zo hoog opgestapeld, dat ik er duizelig van werd. Toen vriendelijke organisatoren me naar de meisjestafel loodsten, trilde ik van ingehouden woede. Het liefst schudde ik mijn verse sieradenset ter plekke leeg, om hem daarna kraal voor kraal onder het podium te schoppen. 

Truttig doe-speelgoed beviel me niet, dat was natuurlijk een teken aan de wand. Wat ik wél leuk vond: fictief voorlezen uit het telefoonboek (Arnon Grunberg behaalde er ooit een succesje mee). Voordrachten geven vanaf een stoel. En toen ik fatsoenlijk kon schrijven: schriften volkalken met verhalen. Ik zat veel te vroeg in AVI 3; iedereen om me heen zag natuurlijk allang waar het naartoe ging.

Toch had ik het zelf niet door. Overwoog alle carrières die er zijn. Eerst dierenarts, maar toen de hele klas dat wilde worden, schakelde ik snel over op andere toekomstperspectieven. Winkelmeisje bij de vis bijvoorbeeld. Acrobaat in het circus. En ook op de middelbare school ging het alle kanten op. Ik zag mezelf wel criminoloog worden, maar daarvoor moest je wiskunde doen en dat was onbegonnen werk. De beroepskeuzetest raadde me een baan in de zorg aan. Maar met Natuur en Gezondheid als pakket zat ik nu nog steeds in vwo 4. 

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Over verkeerde studiekeuzes en hopeloze baantjes. Ik begon het pas te begrijpen toen ik een hele winter achter een Excel-sheet zat. Om me heen zetten mensen met het grootste gemak getallen in de juiste vakjes. Dat het format geen ruimte bood voor aanvullende opmerkingen, vonden ze geen probleem. Ook volgden ze moeiteloos de ongrammaticale instructies van de manager op, en knalden er binnen de minuut vijf slordige mailtjes uit. Waarom konden zíj dit wel?

Ik weet niet hoe het precies kwam, maar ineens viel alles op z’n plek. Mijn desinteresse voor woordloos speelgoed. De drang om elk getal te voorzien van een verhaal. De diepe irritatie bij het lezen van een slechte zin. Tel daarbij op een lichte vorm van dyscalculie, en ik kan eigenlijk maar één conclusie trekken. Hier komt ‘ie dan: jongens, ik ben copywriter. 

Lieve groeten,

Rosanne


Tekstwerf in je mailbox

Met creatieve verhalen, handige schrijftips en ideeën voor mooie content. Zonder enge salespraatjes en flauwe updates over onze verjaardagen. Daar mag je ons aan houden.

Meld je aan