Menu

Effectieve content marketing

Blog
Effectieve content marketing

De meeste automobilisten vinden dat ze bovengemiddeld goed rijden. Los van het feit dat dit statistisch onmogelijk is (wat is ‘gemiddeld’ dan nog waard?), is het gewoon niet waar. Kijk maar eens om je heen tijdens de ochtendspits. Hoeven we niet lang bij stil te staan. Hetzelfde geldt voor schrijven.

Nu je collega’s en masse copy aanleveren voor jullie contentstrategie, kom je er als marketeer achter dat sommige pennen helaas net zo vlot zijn als de aanvraagprocedure voor een nieuwe bureaustoel.

Om er zeker van te zijn dat er geen rommel de deur uit wordt gecommuniceerd, ben jij vaak het laatste taalstation. Alleen is zo’n laatste check vaak nog enorm tijdrovend. Toch wil je content met een showroom-glans, dus ga je nog even flink tekeer met je taalkundige poetsdoek. Met een paar tips uit onze redigeergarage ben je de volgende keer misschien nét iets sneller klaar.

Jij staat tussen de expert en de lezer

Als ik de copy van een ander redigeer, zit mijn belangrijkste feedback meestal op structuurniveau: een vreemde volgorde, ontbrekende argumenten bij een stelling of warrige redeneringen. Je leest er zo overheen, maar bij de tweede keer weet je zeker dat er iets niet klopt. Is er iets onduidelijk? Grote kans dat je collega zo diep in de materie zat dat hij het overzicht kwijtraakte of bij- en hoofdzaken verwarde. Dat los je niet een-twee-drie op; vaak kan de schrijver het zelf wél. Wie vanuit een sterke visie schrijft, houdt niet altijd rekening met het gebrek aan voorkennis bij zijn publiek. Geeft niet, daar komt jouw toegevoegde waarde om de hoek kijken; jij bent de brug tussen de expert en de lezer.

Redigeertip 1: Durf te vragen. Is de tekst voor jou onduidelijk, dan is de kans groot dat de lezer het ook niet snapt.

Erger jij je ook zo aan jijen en jou(w)en?

‘Praat met je lezer’, hoor je wel eens. Logische marketingwijsheid, want hij is je (potentiële) klant. Maar een tekst dichter bij je doelgroep brengen, is helaas geen abc’tje. Dialoog is prima, maar iemands tekst dichtplamuren met ‘jij’ en ‘jouw’ maakt het alleen maar schreeuwerig. Iets te veel IKEA-begin-jaren-negentig, zeg maar. Met de juiste schrijfstijl ontstaat er wel een gesprek. Hieronder leg ik uit wat ik daarmee bedoel.

Perspectief en schrijfstijl

Je lezer direct aanspreken, brengt ‘m dichter bij je tekst, en dus bij je merk. Het kan alleen niet altijd. Sommige onderwerpen lenen zich nu eenmaal beter voor een beschouwend stuk, waarbij de schrijver logischerwijs het alwetende perspectief kiest. ‘Digitalisering in de zorg biedt enorme kansen voor zowel de patiënt als verzekeraars.’ Wie spreek je aan met zo’n zin? Niemand, maar het kan in dit geval simpelweg niet. Wat helpt, zijn levendige voorbeelden en een aantrekkelijk ritme. Een wat lossere stijl dus.

Dat klinkt zo: ‘Diabetici meten straks misschien wel hun bloedsuikerwaarden met een smartphone en delen die informatie direct met het ziekenhuis. Glucosespiegel te hoog? Dan krijgt de patiënt alsnog een verzoek om langs te komen. Of stuurt de arts een aangepast digitaal recept naar de apotheker.’

Kiest een schrijver, hopelijk bewust, voor een alwetend of ik-perspectief, kijk dan of de taal de lezer bij de les houdt. Markeer stukken die stroef lopen, herschrijf een stukje voor je collega en vertel waarom je dat hebt gedaan. Wedden dat je de volgende keer een scherpere tekst krijgt.

Redigeertip 2: Check op tekstritme en op voldoende aansprekende voorbeelden.

Leven in je tekst zorgt voor vaart

‘Het aangaan van een relatie met toekomstige klanten wordt bereikt door het aanbieden van relevante content.’ Een redelijk zielloze zin. Dat komt doordat er geen levend persoon in de tekst zit. ‘Het aangaan’ en ‘het aanbieden’ noemen we naamwoordstijl en ‘wordt bereikt’ is een lijdende vorm. Allebei taalvampiers die het leven uit geschreven taal zuigen. Weg ermee. Vergelijk het met: ‘Door relevante content aan te bieden, ga je een relatie met toekomstige klanten aan.’ Voel je het verschil?

Redigeertip 3: Los naamwoordstijl en lijdende vorm zo veel mogelijk op.

De langetermijnstrategie van je redactie-instinct

Laatste punt op je APK-checklist is natuurlijk de taal. Een BMW kan nog zo’n goeie wegligging hebben: met een volle asbak verkoop je ‘m niet. Begin met de spellingcheck van Word, maar lees ook zelf aandachtig. ‘Continue verbeteren’ rekent F9 niet fout. Ongetwijfeld dat je collega ‘continu’ bedoelde. Door het vaak te doen, ontwikkel je een redactie-instinct en gaan er vanzelf alarmbellen rinkelen bij woorden als ‘businessmodel’, ‘ervan uitgaan’, ‘langetermijnstrategie’ en ‘big data-specialist’. Op de website van de Taalunie vind je een gratis digitale versie van het Groene Boekje en advies bij veelgestelde taalvragen. Wat je in ieder geval altijd checkt:

  • namen van personen en bedrijven; zeker van je klanten
  • staan woorden terecht aan elkaar of los geschreven?
  • dubbele spaties met crtl-f
  • correct gebruik van uitdrukkingen via woorden.org
  • Redigeertip 4: Schakel digitale hulp in bij je taalcheck.

Of hetzelfde zeggen met betere woorden je copy relevanter maakt, weet ik niet. Dat is aan de lezer. In ieder geval wel aantrekkelijker. Letters op papier zijn niet zo vluchtig als de woorden die je hardop uitspreekt. Alleen al daarom heb je als eindredacteur een zeer belangrijke rol. Hopelijk geven onze tips je wat houvast. Zie jezelf niet als mattenklopper bij de wasstraat, maar als een monteur die bij de Formule 1 voor snellere rondetijden zorgt.

Klaas-Jan


Tekstwerf in je mailbox

Met creatieve verhalen, handige schrijftips en ideeën voor mooie content. Zonder enge salespraatjes en flauwe updates over onze verjaardagen. Daar mag je ons aan houden.

Meld je aan