Menu

Eén ding dat ik nooit zou willen missen

Blog

Buurvrouw Inge werkte bij een papierfabriek. Of dat dacht ik toen in ieder geval. Een grote, grauwe hal op een bedompt industrieterreintje. Met allerlei luidruchtige machines, een wirwar aan lopende banden en oneindig veel paperassen. Niet per se een leuke plek voor een kind van een jaar of tien, maar ik telde elke maand de dagen af tot ik erheen mocht.

Er werd namelijk een magisch product geproduceerd in die ronkende ruimte. Een mythisch boekwerk vol ongelofelijke avonturen, waarin alledaagse helden de strijd aangaan met schubbige, soms meterslange monsters. En als er een exemplaar in de fabriek beschadigd raakte, legde Inge dat voor mij opzij.

De oude man en de zee

De ‘Beet’ was (en is) zeg maar de Voetbal International van de sportviswereld. Een magazine vol kleurrijk visserslatijn en fantastische foto’s. Toen ik het blad voor het eerst in m’n handen had en las over de mannen die urenlang in gevecht waren geweest met vissen groter dan zijzelf, wist ik het: ik wil later ook visser worden.

Dat covermodel Jan van Dijk uit Oss doordeweeks waarschijnlijk ook gewoon ergens zijn baas stond te vervloeken in een fabriekshal of op kantoor, kwam niet bij me op. Een carrièrepad had ik al wel uitgestippeld: als je ouder wordt, kun je vanzelf steeds grotere hengels kopen en dan volgen die enorme vissen (en eeuwige Beet-roem) vanzelf.

Veni, vidi, vissie

Verder was het natuurlijk gewoon een kwestie van oefenen, uren maken. Dus dat deed ik naar hartenlust. Doordeweeks ging ik naar mijn vaste stekken in de buurt. Het houten bruggetje onder de treurwilg bij het hondendrollenveldje, het smalle stinkslootje aan het begin van de Sotaweg of soms een stuk fietsen naar het gemaal bij de Ringvaart (stekelbaarsjes!).

Maar in het weekend gebeurde het pas echt. Dan sprak ik af met visvrienden David en Bardo en kwamen de werphengels uit de schuur. Uren in de regen op jacht naar snoeken in de Braassemermeer. Om vijf uur op en dan karperen in de beste slootjes van het dorp (die met een bordje erin). Verboden te vissen bestaat niet als je nog op de basisschool zit. Zo’n bordje is eerder een uitnodiging dan een waarschuwing.

De draad kwijt?

De voorpagina van Beet heb ik echter nooit gehaald. Professioneel visser ben ik niet geworden. Want toen ik eenmaal naar de middelbare school ging, bleven de hengels steeds vaker staan. Naar de schuur ging ik om mijn voetbalspullen te pakken, en later stiekem flesjes bier uit mijn vaders voorraad. Prioriteiten verschuiven, dromen veranderen. Bijna 25 jaar na mijn hengel-hoogtijdagen heb ik mijn visspullen nog wel, maar vissen doe ik vrijwel nooit meer.

Toch koester ik nog steeds warme gevoelens voor mijn oude liefde. Passeer ik ergens een plas, sloot of rivier, dan beoordeel ik ‘m op viswaardigheid. Ga ik bij mijn ouders op bezoek, dan wijs ik mijn vriendin onderweg mijn oude stekkies aan (‘Jahaa, dat heb je nou al honderd keer gezegd…’). Elke vakantie neem ik mezelf voor om in ieder geval een dag te hengelen. Al komt daar in de praktijk weinig van terecht.

Wacht maar

Vissen is mijn passieve passie geworden, waar ik met veel plezier niks mee doe. Ik ben dus niet wat ik vroeger later wilde worden, maar in de visserij weet je het nooit. Om in dit wereldje een grote te worden, heb je namelijk maar twee dingen nodig: een hengel en een heleboel geduld. Hou Beet dus goed in de gaten de komende decennia.

Freek

Tekstwerf in je mailbox

Met creatieve verhalen, handige schrijftips en ideeën voor mooie content. Zonder enge salespraatjes en flauwe updates over onze verjaardagen. Daar mag je ons aan houden.

Meld je aan