Menu

De Tour betovert

Blog
De Tour betovert

Denk ik terug aan de zomervakanties uit m’n jeugd, dan draaien er in m’n mentale bioscoop telkens drie geheugenfilmpjes. 1: ellenlang wachten – tijdens zes weken die op zichzelf al voelden als een compleet kinderleven – tot buurtvriendjes terugkwamen van hun Zuid-Europese camping. 2: cola-ijsjes die je zelf moest invriezen. 3: mijn vader op de bank in gevecht met middagslaap, terwijl zijn Tour de France gestaag voorbij rent.

Ik keek dan mee. Hem ging het om het wielrennen, mij om de beelden en geluiden. Die fascineerden me; van de sport begreep ik weinig. Voor mij was het een televisievakantie, een plaatjeswereld waarin ik mocht meeliften met Mart Smeets.

Brommende helikopters en klikkende blikjes

De châteaux en églises, de riviertjes en wijngaarden. Niet spannender dan opa’s diavoorstellingen over het drielandenpunt, maar je blijft kijken. Twee onopgemerkte uren meefietsen vanaf de bank? Met gemak. De tourachtergrond werkt kalmerend. Net als de geluiden: het monotone gebrom van de helikopters, hard optrekkende cameramotoren, juichende toeschouwers en geregeld die gekke drietonige toeter. De Ronde van Frankrijk draait de boel om en geeft een hoofdrol aan het decor. Vanuit m’n oorhoek klinkt een tssjie-tak, het tweede ‘tinnetje’ Dommelsch van pa. “Om de vliespinda’s weg te spoelen, jongen.”

Rijden als een mijnwerker

En dan de magische taal die ze spraken. Van Mart en Erik Breukink leerde ik de basis. ‘Peloton’, ‘knecht’ en ‘demarrage’. Later: ‘Aanklampen’, ‘de bus’, ‘een treintje’. En als Smeets het halverwege de etappe echt interessant vond worden: “nu gaan we fietsen!” “Superbe, werkelijk superbe.” Of: “Die heeft gereden vandaag, als een mijnwerker.” De woorden pasten bij wat je zag. Vervelende toeschouwer op het asfalt? “Meneer, gaat u daar weg met die camera!” Zware bergbeklimming? “Kijk es. Vestje helemaal open, die heeft het moeilijk.” Tussendoor natuurlijk die namen: Indurain, LeMond, Cipollini! Hadden zo uit een vakantiefolder kunnen komen. Ekimov, Jalabert, Vinikourov. Dat moesten wel helden zijn.

Le courage de Lance Armstrong

Het echte proza kwam later, met de live-verslagen van Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot. Zij kleurden het wielerspektakel met woorden als ‘klasbak’, ‘doorkachelen’ en ‘linkeballen’. Het laatste wanneer een renner de groep om de tuin leidt met geveinsde vermoeidheid. Ze brengen het als de normaalste zaak van de wereld dat Cancellara ‘aan het elastiek hangt’ en dat Mollema ‘in een groter verzet gaat rijden’. “Kijk ‘m harken op dat buitenblad!”, zegt Ducrot. “Dat is niet fietsen, dat is stoempen”, verzucht Dijkstra dan. En als Lance Armstrong met z’n ‘mijnwerkersgezicht’ uit een treintje ontsnapt: “Wat een courage! Wie gaat ‘m halen!” Die courage bleek achteraf iets genuanceerder te liggen.

D’r op en d’r over!

Tot op de zomerdag van vandaag staat bij ons de tour aan en laat ik me betoveren. Door de geluiden, de beelden en vooral de taal. Bij de tune van Radio Tour de France op NPO1 ga ik op de grote molen. Ik hoor mezelf wel eens ‘d’r op en d’r over’ zeggen als we vaart moeten maken voor een deadline en ‘hij heeft z’n karretje in de poep gereden’ als iemand iets verkloot. De Tour de France is en blijft de erythropoëtine van de zomervakantie. Van de sport snap ik nog steeds niks en pas sinds dit jaar weet ik dat de bolletjestrui voor de leider van het bergklassement is. Toch kijk ik, en zit dan hele zondagmiddagen met tinnetjes en vliespinda’s voor de buis. In gevecht met middagslaap.

Klaas-Jan

Tekstwerf in je mailbox

Met creatieve verhalen, handige schrijftips en ideeën voor mooie content. Zonder enge salespraatjes en flauwe updates over onze verjaardagen. Daar mag je ons aan houden.

Meld je aan