Menu

Blote benen

Blog

Blote benen. Ze zetten me in een tijdmachine terug naar vroeger. Ik was nog geen halve meter groot, m’n leven speelde zich af binnen een radius van twee kilometer. Woorden snappen was een uitdaging. Bij alles vroeg ik waarom, en ieder antwoord was een doorstart naar een nieuw waarom.

Mijn moeder had het opvallend vaak over blote benen. Woorden die ik begreep, maar niet binnen de context waarin zij ze plaatste. Zo zei ze zinnen als: ‘ik moet blote benen nog naar de supermarkt’, of ‘vragen ze me blote benen om helemaal naar Zwolle te komen.’ Het leek me geen directe aanleiding naar serieus waarom-werk. Opvallend was het wel. Ze droeg toch een broek, rok of panty?

Het grote herinneringsvraagstuk

Zo nu en dan probeer ik me te herinneren hoe ik me voelde als kind. Dan concentreer ik me op vroegere foto’s van mezelf om te achterhalen hoe het was om zo primair, primitief en onschadelijk te zijn. Maar ik kan me niet meer verplaatsen in de ernstige kop achterop bij m’n vader, de kleuter met brandslang voor de kazerne of de oranje koter met keyboard tijdens een Koninginnedag aan de bloemgracht. Sommige herinneringen zijn zelfs zo abstract dat ik weleens twijfel of ik ze niet achteraf bij de foto’s heb bedacht.

Maar op de meest willekeurige momenten ben ik ineens weer terug in m’n knellende kinderbewustzijn. Zo brengt de geur van warme stoeptegels me naar de beschutting van het coupeetje onder de glijbaan in het Rembrandtpark. Bij stiften op rul papier herinner ik me hoe de poezentekening altijd mislukte als ik halverwege de poten was. En wanneer ik iemand over blote benen hoor, weet ik weer precies hoe het was om te horen dat sommige blote benen, helemaal geen blote benen waren.

Van kortsluiting tot kennis

Op een zaterdag stonden m’n moeder en ik klaar in de gang om naar Broekmans & Van Poppel te gaan. Buiten regende het alsof er jaren water was opgespaard in een hemelsbreed zeil waarin iemand met een breinaald was tekeergegaan. Met lieveheersbeestjes-regenpak tot aan m’n neus hoorde ik m’n moeder zeggen dat we lijn drie zouden pakken. Dit was geen weer voor mensen. We mochten niet ziek worden. ‘Niet nu ik blote benen net een vrije dag heb’.

Ik keek naar haar regenbroek. In m’n brein knapte een snaar. Er klopte iets niet aan de combinatie van haar woorden: slecht weer + niet ziek + blote benen. We hoefden toch niet met blote benen? Ze lachte, kwam op ooghoogte en legde het me uit. Dat ‘nota bene’ iets heel anders is dan ‘blote benen’, en ik nog te klein was om met zulke moeilijke woorden te praten. Toch was ik blij dat ik het had gevraagd: ik was een stap dichter bij het volwassendom. Gretig misbruikte ik het begrip in bijna iedere zin tot het z’n nieuwigheid verloor.

Wat niet weet…

Een krappe dertig jaar later ben ik uiteraard beter van taal op de hoogte. Ik studeerde, las redelijk wat boeken en vul m’n lexicon nog dagelijks aan met nieuwe woorden. Een fijne gereedschapskist vol bruikbaar materiaal; toch verlang ik soms terug naar m’n basistaalregister. Wat was het fijn om niet alles te hoeven snappen. Je kon iemand horen lullen, zonder je direct geconfronteerd te voelen met de inhoud. Van hoe minder je op de hoogte bent, des te eenvoudiger het leven, denk ik weleens. Maar dat credo is moeilijk vol te houden als mens van de eenentwintigste eeuw.

Spraaktornado vanuit de studio

Als ik nu na een lange dag werk neerzijg op de bank, de tv aanzet en me laat overspoelen door een Van Nieuwkerkiaanse spraakwaterval, voelt het meer als klappen incasseren dan ontspanning. De vaart waarmee feitjes, grapjes en stellingen over tafel gaan, gaan wat mij betreft tegen alle cerebrale en logopedische wetten in. Soms ben ik geneigd om de redactie telefonisch voor een keuze te stellen: óf minder tekst, óf meer tijd voor de beste man. Wie weet wordt Nederland ooit gered van de semantische verdrinkingsdood.

Stilte in de storm

Maar vooral de laatste tijd zijn er hoopgevende momenten in de wereld die altijd maar doordraait. Een verspreking van Van Nieuwkerk – blijer kun je me tussen inschakelen en wegzappen niet maken. Het zijn de schaarse momenten waarop er een verblindende kwetsbaarheid door het spraakpantser schijnt. Ontwapenende intermezzo’s die inspireren tot hoogstpersoonlijke gelukzalige gedachten. Dat mooie concert op de radio, bijvoorbeeld. Blote benen in de zomer. De kleine Van Nieuwkerk, nog geen halve meter groot, ongeletterd onder het klimrek. Het idee dat hij – nota bene – ook ooit maar een kind was.

Alissa


Tekstwerf in je mailbox

Met creatieve verhalen, handige schrijftips en ideeën voor mooie content. Zonder enge salespraatjes en flauwe updates over onze verjaardagen. Daar mag je ons aan houden.

Meld je aan